De weg naar Yamnotri.

De weg naar Yamnotri.

 

 (Verantwoording:

 Dit is het gouden-eeuwse dichten op de knie

vanuit een bokkende bus de dingen die ik zie,

('zigeunerkind met traan':) ezel met centenaar;

 de wat te zoete tafereeltjes voor een middelbare

 winterwandelaar naar Yamnotri.

 

 Terzinen van een soe, is er gehoor voor je, dan ga

 en knittel je maar door de mazen van mijn ars po√ętica.)

 

 

1. (800 m alt.)

 

Er schuift een wolk opzij en hitsig valt het zonlicht

platuit over de helling als een rokkenjager; snel

kruipt de schaduw weg onder de bladeren achter de stammen.

 

2. (Kuwa, 1000 m. alt.)

 

Een chaos van klimaten. Sommige bomen winterklaar, andere spelen onnozel; wel

tasten ze zenuwachtig met hun altijd groene vingers waar de wind vandaan komt.

Cactussen ertussen, nooit geen krimp, nooit niet!, krabben nijdig naar de verre hemel.

 

3. (even voorbij Barkot)

 

Met moeite klimt tussen zijn veldjes door

een klein dorp op tegen een heuvelrand.

Half gebroken komt het boven.

 

4.

 

Twee ezels. Een met een centenaar cement stapt alvast op en vindt het wel;

de ander volgt, leeg! Zogenaamd gedwee.

Die dacht goed weg te komen, maar hij wordt gegrepen.

 

5. (voetpad Hanuman Chatti naar Janki Chatti)

 

Stugge Gharwali's roken beedee's - waar ik af moet blijven -

hun ogen zwarte amandelen (zwemmend in cyaankali?)

groeten niet graag terug, dan liegen ze ook niet.

 

6.

 

In brokken komt een meer toeschietelijke bruiloftsstoet het pad af;

meiden (!) roepen 'thank you thank you', dat is (hoop ik): hallo hoe is het nog een goede dag tot ziens.

De jongens lallen al wat en ze roken charesj - waar ik af moet blijven -.

 

7.

 

Er lopen schapen aan de overkant?

De helling heeft een wolkleur, en het pad is niet te zien.

Een kudde stenen aan de wandel.

 

8. (Yamunakloof)

 

Een heel gebergte is gespleten. Diepte stort zich loodrecht in de kloof.

Beneden sputtert tussen grote blokken steen een nietig

stroompje: heb ik allemaal gedaan.

 

9.

 

Aardschollen hebben hun reusachtige vooroverval gestaakt en kleuren ingezameld:

naaldgroen en bruinig loof; en hogerop de okers van het dorre gras, dan, wit oh wit! de

verse vlakken sneeuw. Naast me iets zonderlings: een zweem van rood. De pijnboom met zijn rossige bast.

Published on  September 7th, 2016